Versla alle meetmonsters en word de baas van km, m, dm en cm!
Elke maat is een trapje. Ga je één trapje naar beneden, dan heb je 10 keer zoveel stukjes. Naar boven? Dan deel je door 10.
Tik op twee trapjes om te zien hoe je van de ene maat naar de andere gaat.
Tik op een eerste trapjeβ¦
De grijze trapjes (hm, dam) gebruik je bijna nooit, maar ze tellen wΓ©l mee! Daarom is 1 km = 1 000 m (3 trapjes = Γ10 Γ10 Γ10).
Dit is 1 meter. Die kun je in 10 decimeters verdelen. Tik op een dm!
β¦en elke decimeter bestaat uit 10 centimeters:
Dus 1 m = 10 dm = 100 cm. Je hand is ongeveer 1 dm breed β, je vingernagel ongeveer 1 cm π .